Gastvrij Nietap

Uit Historie Nietap-Terheijl

Als grensplaats heeft Nietap door de eeuwen heen veel te maken gehad met reizigers. Op een paar plaatsen in het dorp hebben de bewoners de traditie van het gastheerschap over een periode van meer dan tweehonderd jaar aan hun opvolgers doorgegeven. Ondernemende boeren en kooplieden vroegen om iets te drinken, een maaltijd of een slaapplaats. In vroegere tijden was de aanloop het grootst in de zomermaanden, als de wegen goed begaanbaar waren en dan vooral tijdens de marktdagen in augustus. Later kwamen de mensen het hele jaar door. Marskramers maakten toen plaats voor handelsreizigers.

Café Kuipers, omstreeks 1905.

Al in 1742 staat een derde van de huizen of boerderijen van Nietap als herberg in het haardstedenregister vermeld. Vlakbij de herberg 'De Nijentap' stond de herberg 'De Zwarte Arend' van Hendrik van de Slecht (nu J.P.Santeeweg 20). In dezelfde tijd had Albert Douwes een herberg ten zuiden van huize Terheijl.

De herbergen waren gewone boerenhuizen waar de bewoners hun woonvertrek openstelden voor bezoekers. Onder hetzelfde dak bevond zich tevens een bakkerij, boerderij of 'copenschap' (winkel). De slaapplaatsen waren meestal bedsteden maar sommigen hadden een aparte kamer voor gasten.

Café Kuipers, omstreeks 1910.

In 1810 stond ongeveer een vierde van de huizen in Nietap te boek als herberg, tapperij of jeneverstokerij. In de herberg 'De Zwarte Arend' was toen een jeneverstokerij die er meer dan vijftig jaar heeft gezeten. Volgens de belastinggegevens uit die tijd werden daarmee goede zaken gedaan.

Aan dezelfde kant als 'De Nijentap' en 'De Zwarte Arend' maar verder naar Leek toe, stond de herberg 'Amsterdam' (nu J.P.Santeeweg 10-12) waar rond 1800 Geert Jannes herbergier was. Op de plaats van deze herberg werd later 'Het Hooge Huys' gebouwd dat tot het einde van de vorige eeuw eveneens dienst zou doen als café en pension.

Daar werden de marktdagen opgeluisterd met muziek en de 'Zevenhuister dans'. De gunstig gelegen positie van de 'De Nijentap', op de driesprong naar Terheijl, maakte deze herberg bij uitstek geschikt voor een korte verpozing. Naast hun werk als koopman, winkelier, timmerman, huisschilder of wagenmaker bleven de bewoners door de eeuwen heen als gastheer optreden. De bediening zal overigens wel vaak door de vrouw des huizes zijn waargenomen. In de tweede helft van de 19e eeuw werd het café beheerd door de familie Meelker. Ter ontspanning van de gasten werd een kegelbaan aangelegd. In 1896 werd wagenmaker Harke Kuipers eigenaar. Hij zag in de aanleg van de spoorlijn van de Drachtster tram een mogelijkheid om de klandizie uit te breiden en hij zorgde ervoor dat bij zijn nieuwgebouwde café de halte Nietap kwam (de grote zwarte letters NIETAP dateren nog uit die tijd). In 1925 verkocht hij zijn bezit in twee gedeelten. Zijn zoon Gerrit Kuipers kocht de stelmakerij en Eye Jan Bulthuis het koffiehuis. Tegenwoordig is daar Pension Delbrugge gevestigd.(J.P.Santeeweg 24).

café Pestman, nu café De Waag.

Ook de plaats waar nu café 'De Waag' is gevestigd, kent een lange geschiedenis, waarin de bescheiden herberg uitgroeide tot een volledig bedrijf. Bekend is dat in 1742 Jan Wijteres 'hospes' was. In het begin van de 19e eeuw was de herberg eigendom van Marten Vroom, destijds een vooraanstaand persoon in de Nietapster gemeenschap. Vanaf omstreeks 1850 tot 1949 heeft de familie Weering het pand in eigendom gehad. De beheerders van dit eafé hebben steeds een nauwe band gehad met de boeren van Nietap. Ze kwamen onder andere om gebruik te maken van de waag, waar nu nog de naam van het café aan herinnert. Bij de verkoop van 'De Waag' in 1949 wordt nog gesproken van een "houten aanbouw dienende tot veestalling en hooikiep". Tegenwoordig neemt 'De Waag' als ontmoetingspunt een belangrijke plaats in het dorpsgebeuren.

==Bronnen==
Bron(nen):