De Vereniging Buurtschap Nietap

Uit Historie Nietap-Terheijl
Ga naar: navigatie, zoeken

De Buurtschap Nietap is als vereniging anno 1993 genoegzaam bekend en heeft, hoewel minder lang dan het dorp, al een geschiedenis van 90 jaar. Op 24 december 1902 werd de vereniging 'Buurtschap Nietap' opgericht en Koninklijk goedgekeurd op 26 januari 1904. Het bestuur van het eerste uur bestond uit W. Posthuma, voorzitter, L.Hillebrands, vice voorzitter, D.G.Landweer, penningmeester, H.Denneboom, secretaris en F.Eringa, lid.

De doelstellingen van de vereniging komen tot zijn recht in enkele citaten uit de statuten:

Art. I: De vereniging zal onder de naam van Buurschap Nietap, zijn gevestigd in het dorp Nietap, ten doel hebbende te zorgen voor de straatverlichting van het gehucht Nietap en het verlenen van tijdelijke ondersteuning aan behoeftige ingezetenen van de buurtschap.

Art. 3: Tot leden der vereniging kunnen alleen worden aangenomen ingezetenen van het gehucht Nietap, die wonen aan de straat of den grintweg, voor zooverre die loopt van de grens van de provincie Groningen tot het huis thans bewoond door den heer Fokke Eringa, kadastraal bekend gemeente Roden, sectie L, no 91, of op een afstand van 1000 m., ter weerszijden van die weg.

Het voornaamste doel was dus het verzorgen van de straatverlichting, vandaar dat velen de vereniging betitelden als de vereniging tot (straat) verlichting. In 1902 waren er maar weinig straatlantaarns, ze moesten nog handmatig worden ontstoken. In 1903 besloot de ledenvergadering 4 extra lantaarns te plaatsen, die door de gemeente werden verstrekt.

De lantaarn voor het huis van de dames Landweer werd verplaatst. Hij kwam te staan voor de woning van de heer Glas. De reden was dat de lantaarn kennelijk op een tochtige plek stond, want hij waaide steeds uit! Deze verplaatsing was echter wel een punt van onenigheid, want een jaar later, in december 1904, waren de heren Halbertsma, Van der Veen en Piek bereid een hogere contributie te betalen als de lantaarn voor Glas weer teruggeplaatst zou worden. Later, in 1908, nam de gemeente de zorg voor de verlichting in het dorp Roden op zich. Dit was voor de Buurtschap aanleiding om voor uitoefening van de overeenkomstige taak in Nietap f. 25,- subsidie aan te vragen. In eerste instantie werd dit verzoek afgewezen, doch in 1910 verleende de gemeente een vergoeding van f 3,- per lantaarn per jaar.

De bekendste lantaarnopsteker is ongetwijfeld Lubbertus Poppema geweest, in de volksmond 'Battje' en later '0lle Battje' genoemd. Poppema werd op 12-9-1874 in Nietap geboren en was 70 jaar lang kleermaker in Nietap. 's Avonds liep hij met zijn laddertje door het dorp om de petroleumlantaarns aan te steken, voor een jaarwedde van f 40,- per jaar. Op zijn 86ste verjaardag werd aan hem het erelidmaatschap van de Buurtschap verleend. Tevens kreeg hij als blijk van waardering een wandelstok met inscriptie. Twee jaar later, op 28 februari 1962, overleed de heer Poppema.

De tweede doelstelling van de Vereniging was, zo blijkt uit de statuten, de Armenzorg. Zo werd in 1903 besloten dat, 4 personen een tijdelijke ondersteuning konden krijgen van f 2,50, zowel in april als in oktober. Als men bedenkt dat de contributie toen een kwartje was, dan is duidelijk dat deze uitgave een hele aderlating was voor de kas. Gelukkig voor de vereniging het de heer Jacob Santee in 1901 een legaat van f 2000,- aan de Buurtschap na. Dat bedrag werd belegd bij de Nutsspaarbank te Groningen en de te ontvangen rente zou aangewend worden ter ondersteuning van de armen en ten behoeve van de verlichting. Als executeur-testamentair werd de zwager van Jacob, Mr. Jacob Pel te Biggekerke, aangewezen en nog steeds heeft de familie Pel toezicht op de uitvoering van deze testamentaire beschikking. De destijds, in 1902, door het bestuur aangegane morele verplichting het graf van de heer Santee te onderhouden wordt ook hedentendage door het huidige bestuur gestand gedaan.

In 1920 kreeg Nietap elektrische verlichting en werden de lantaarns en ladders verkocht. De zorg voor de straatverlichting was komen te vervallen. Over bleef de armenzorg en in de ledenvergadering van 24 december 1921 besloot men naast de gewone uitkering van baggel een extra uitkering aan kruidenierswaren of anderszins aan de armen te doen tot een totaalbedrag van f 25,-. Tijdens deze vergadering werd ook besloten dat de kosten van de Koninklijke goedkeuring van de 'Vereniging tot Behoud van Natuurschoon' door de Buurtschap betaald zou worden.

In 1922 besloot men voor een bedrag van f 50,- deel te nemen in het garantiefonds ter bestrijding van de voorlopige kosten van de aanleg van een kunstweg over Terheyl. Zo zien we dat de taken van de vereniging langzamerhand werden verlegd.

In de geschiedenis van de vereniging ontstond na 1922 een leemte. Haar activiteiten bereikten een dieptepunt, de bovenbeschreven taken werden niet of nauwelijks vervuld. Het bestuur van de begrafenisvereniging nam de taken waar tot 1950. De vereniging Buurtschap werd niet opgeheven, maar het is vreemd dat er over zo'n lange periode, van 1922 tot 1950, in de archieven niets is terug te vinden.

Tijdens een ledenvergadering in 1950 deelde het bestuurslid Kuipers mee dat door het overlijden van de bestuursleden H.C.Hillebrands, Chr.Toxopeus en W.J.B. Nonkes en als gevolg van de oorlog de vereniging nauwelijks activiteiten heeft kunnen ontplooien. Naast de twee overgebleven bestuursleden G.Kuipers en T.de Wagt werden drie nieuwe leden benoemd, te weten: Mr. F.J. Hillebrands, voorzitter, J.L.Hillebrands, secretaris en L Huizinga, penningmeester. Tevens werd het bestuur uitgebreid met de heren H.de Vries en H.de Jong zodat het vanaf dat moment uit zeven heren bestond.

==Bronnen==
Bron(nen):