Veerdienst
Om vroeger handel in Nietap en Leek te kunnen drijven moest het grensriviertje De Leke
worden over-
gestoken. De
oversteek
kon genomen worden middels een voorde, een
doorwaadbare plaats. Meestal
gebeurde dat tijdens de zomermaanden
omreden de onverharde wegen bij winterdag doorgaans niet be-
gaanbaar waren.
Wigbold van Ewsum bracht in de beginjaren van 1500 hierin enige verandering.
Voor zijn turfwinning in
de richting van Zevenhuizen had hij kanalen nodig. De
kanalen waren nodig voor de afwatering van het
hoogveenmoeras en voor het
vervoeren van de turf. Na zijn overlijden nam zijn zoon Wigbold II de
turf-
winning over en hij bouwde de infrastructuur
verder
uit. Medio 1500 liet hij een
kanaal vanaf het Leek-
stermeer naar Zevenhuizen graven, het huidige
Leeksterhoofddiep,
dat in 1558 klaar was.
De waterstand
kon middels sluizen geregeld worden en Wigbold II liet hoge
bruggen
aanleggen. Het scheepvaartverkeer
moest onbelemmerde doorgang hebben.
In 1561 beweerde Thedema, die aan de Drentsche kant van het grensriviertje de
Leke, in het dorp Nietap,
woonde,
dat hij door de aanleg van het Leeksterhoofddiep wateroverlast ondervond.
Bovendien meende
hij aanspraak op de
brug
over het kanaal te kunnen maken omdat deze volgens hem op betwiste gronden
was
aangelegd. In 1567 werd
over deze kwestie overeenstemming bereikt en Thedema
kreeg toen vrije
vaart op het Leeksterhoofddiep en hij mocht
‘vrij en
veerdig
sonder eenige belemmering’ gebruik maken
van de brug.
Jaren lang waren er betreffende de gemaakte afspraken geen problemen, totdat er
ontevredenheid ontstond
over de
beurtvaart op Groningen. Het veerrecht lag in handen van de heren van Nienoord.
De ontevredenheid bij de bevolking omtrent deze en andere rechten van Nienoord steeg gestaag.
Het cafė
'De Druif' van Marten Vroom, het huidige café 'De Waag' te Nietap
(zie J.P.Santeeweg oneven nrs 1-99,
onder huisnr. 15), was
het middelpunt van alle ontevredenen.
Marten Vroom was een invloedrijk man. Hij
was een patriot en Nietap was een bolwerk van patriotten
en van mensen
die
het niet op de adel, zo ook niet op de heren van Nienoord, hadden voorzien. Vroom
was niet bang uitgevallen en
een man van daden. Hij opperde het plan : 'Wij gaan met een eigen schip een
veerdienst op Groningen beginnen.'
Er was een
vrije vaart op het Leeksterhoofddiep en via het Leekster-
meer kon er op
Groningen worden gevaren.
Marten Vroom stelde voor om vanaf huize Thedema, het huis aan de Thedemalaan met
de naam 'Thedema'
er op, via Nietapster grondgebied naar het Leeksterhoofddiep een brede sloot te graven, om
zodoende per
boot vanuit Nietap het
Leeksterhoofddiep te kunnen bereiken.

Het huis aan de Thedemalaan met de naam ' Thedema ' er op.
Links naast het huis, op de
foto niet zichtbaar, lag het
begin van de ‘gegraven sloot’.
En zo geschiedde.
Op bovenomschreven manier zag Marten Vroom kans buiten de invloedsfeer van
Nienoord een eigen
beurtvaart te
beginnen.
Hij kon zo uit Nietap vertrekken.
Op 10 april 1792 zou de eerste beurtvaart vanuit de uitgegraven sloot naast
huize Thedema plaats
vinden en op
zondag 8 april 1792 na de Paasdienst kondigde de predikant in de kerk van Roden
vanaf
de kansel :
'Word bekend gemaakt, dat tot geryf van Passagiers en transport van Brieven en
Goederen
op Dinsdag na Paasschen
vervolgens alle dagen van de Week (alleen de
Zaturdag, de Zon-
dag en andere heilige dagen uitgezondert) varen zal van
de Nytap op Groningen en vice-versa
een bekwaam Vaartuig en wel van de Nytap des
Morgens te 6 uiren uit de
gegraven Sloot
agter Tedema en van de Stad des Nademiddags te 2 uiren buiten de A.Poort.
Pakjes of Brieven te
bestellen bij Castelein MARTEN VROOM in ' De Druif '.
Men belooft prompte
bediening,
en verzoekt een ieders gunst. Zegget voort'.
De eerste vaart en ook de komende verliepen zonder enige inmenging van Nienoord.
Nadien zijn er
tussen Marten
Vroom en de toenmalige heren van Nienoord nog wel een
paar strubbelingen geweest.
Eėn van die strubbeling vond plaats op 29-05-1795.
Aan de zuidzijde van het Sultermeer (nu Leekstermeer) in de Gave vlak bij de
Poffert had
Ferdinand Folef von Inn-und Kniphausen van Nienoord in de nacht van
28 op 29 mei in de
onderwal een 'hoofd' laten plaatsen, bestaande uit
drie
palen, van boven met ijzeren nagels
en bouten samengekoppeld, waaraan met
ijzeren kettingen en bouten een met
ijzer
beslagen
boom was vastgeklonken en met
een keten en slot aan een dito paal vastgemaakt. Doorvaart
was
onmogelijk
geworden.
Op 9 juni 1795 kwam de zaak voor de rechter, die bepaalde dat de gelegde boom
verwijderd moest
worden.
Nadien hebben Vroom en Nienoord elkaar op de een of andere manier gevonden, want
er
hebben zich tussen de
Leekster-
en Nietapster beurtvaart nagenoeg geen problemen meer voorgedaan.
Op 17 september 1862 vroeg Jan Hendriks de Boer uit Leek aan het gemeentebestuur
van Leek
vergunning voor
het onderhouden van een beurtvaart op Groningen. Hij
wilde de fakkel van zijn overle-
den grootvader Marten Harms
Vroom
uit Nietap overnemen. Jan Hendriks de Boer was een kleinzoon
van Marten
Harms Vroom.
De gevraagde vergunning werd verleend en er werd gevaren met zeilschepen
onder
de naam 'De Leekster Beurtvaart'.
In 1869 voer echter al weer zijn laatste zeilschip, de 'Leekster Bol' op Groningen.
De ontwikkeling in de techniek ging met sprongen vooruit. De zeilboot werd
vervangen door een schroef-
stoomboot.
De eerste schroefstoomboot voer vijf maal per week op Groningen. In 1875 werd
een tweede
stoomboot aangekocht,
de 'Leek II'.
Het stoomtijdperk was begonnen.
Op 14 juni 1894 werd tussen de Leekster en Nietapster beurtvaarders een
vennootschap opgericht met het
doel een stoombootdienst op Groningen te
beginnen. De vennootschap kreeg de naam stoombootmaat-
schappij 'De onderneming
Leek en Nietap' en was te Leek gevestigd.

De
'Leek-Nietap' liggende tegenover het hotel 'De Drie Provinciën'.
De schroefstoomboten die inmiddels waren vervangen door motorboten kregen na
1913 opnieuw te
maken met weer
een nieuw vervoermiddel, de Drachtster tram. De
Drachtster tram reed vanaf Drachten
via Leek-Nietap-Roden naar Groningen voor passagiers-en goederenvervoer.

De tram
ter hoogte van de brug over het Leeksterhoofddiep op weg
naar Nietap
Er werd
veel gebruik van het nieuwe vervoer
gemaakt. De reistijd per tram naar Groningen was namelijk
aanmerkelijk
korter en de
veerboot werd hiervan de dupe. De tram betekende al vrij snel de ondergang
van
het beurtvaartverkeer.
Ook de gegraven sloot naar het Leeksterhoofddiep is niet meer. In 1992 heeft een rondweg
de verbinding
die de
gegraven sloot
met het Leeksterhoofddiep had, afgesneden.

De rondweg om Nietap en Leek, gereedgekomen op 20-12-1992,
heeft de verbinding die de
'gegraven sloot' met het Leeksterhoofddiep had, afgesneden.(zie
ook J.P.Santeeweg).
Linksboven is de wasknijperfabriek van Kok nog zichtbaar en
rechts ziet u het laatste huis aan
de Thedemalaan.
Terug naar het begin